De V.O.C. duiten
In de periode 1594-1602 werd er door diverse zogenaamde “compagnieën van verre” handel
gedreven in de oost. Deze diverse zelfstandige ondernemingen waren vaak verwikkeld in felle
onderlinge concurrentie wat nadelig was voor de winst. Van overheidswege werd daarom
besloten om één enkele maatschappij op te richten. In 1602 ontstond zo de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) die het alleenrecht verkreeg in Nederland om handel te drijven met
Azië. In 1799 hield de V.O.C. op te bestaan.
Door de “compagnieën van verre” werd gehandeld met o.a. Spaanse realen (Spaanse matten) die
zelfs werden nageslagen te Dordrecht en Middelburg. De latere V.O.C. gebruikte ook de realen
en verder de Nederlandse gouden en zilveren munten van hoge waarde die ook hier in omloop
waren. Voorbeelden hiervan zijn de gouden dukaten en zilveren leeuwendaalders, rijders en
rijksdaalders. Bij grote schaarste aan gemunt geld werd ook wel toestemming gegeven om baren
goud en zilver uit te voeren. Vanwege de behoefte aan kleingeld werden later ook schellingen,
dubbele stuivers, stuivers en sinds 1724 duiten naar de oost gebracht. Deze eerste zending duiten
waren van het gewone Hollandse type uit het munthuis te Dordrecht. Een duit was in Azië echter
¼ stuiver waard in plaats van ⅛ stuiver, hij was daar dus het dubbele waard. Dit nodigde uit tot
omvangrijke illegale handel van duiten naar Azië waardoor al snel besloten werd om een eigen
V.O.C. type te gaan maken. Alleen dit eigen type werd gangbaar verklaard. Op de meeste van
deze duiten staat op de keerzijde alleen het wapen van de provincie waar de duiten geslagen zijn
en verder geen tekst. Op de voorzijde staat het V.O.C. monogram met daaronder het jaartal. Dit
nieuwe type werd in 1726 voor het eerst geslagen. Tevens zijn er sinds 1749 halve duiten
geslagen echter in mindere mate. Omdat deze duiten bedoeld waren voor de oost en daar het
dubbele waard waren is het niet verwonderlijk dat V.O.C. duiten hier niet of nauwelijks worden
teruggevonden in de bodem. De weinige exemplaren die hier gevonden worden zijn meestal
verloren door b.v. zeelieden en handelaren van de V.O.C. De V.O.C. duiten zijn niet zeldzaam
en komen tegenwoordig in grote hoeveelheden weer terug naar Nederland uit diverse Aziatische
landen (b.v. Indonesië).
Smokkel
Hierboven werd al de smokkel van duiten naar de oost besproken maar reeds vroeg in de 17e
eeuw werden er door de bemanningen van de V.O.C. schepen grote hoeveelheden zilveren
munten meegesmokkeld. De grote zilverstukken werden in de republiek tegen een vastgestelde
koers in omloop gebracht, een leeuwendaalder had bijvoorbeeld een waarde van 63 stuivers.
Door de stijging van de zilverprijs stegen echter de muntstukken in werkelijke waarde doordat
zij meer zilver bevatten dan de afgesproken koers van 63 stuivers. Zo was een leeuwendaalder op een bepaald moment werkelijk 65 tot 66 stuivers waard. Deze
munten verdwenen dan al snel uit de omloop en werden vaak alleen nog maar gebruikt door de
V.O.C. om hiermee in Azië te handelen. In Azië werd namelijk niet met de afgesproken koers
gerekend maar met de werkelijke zilverwaarde van de munten. Het gevolg hiervan was dat in de
17e en begin 18e eeuw er door de bemanningen van de V.O.C. schepen grote hoeveelheden
zilveren munten werden meegesmokkeld. Zij wisselden deze munten bij de kassiers van de
compagnie tegen de gunstiger koers die in Azië werd gehanteerd en kregen een wissel
(ontvangstbewijs) op patria. Deze wissel lieten zij dan weer uitbetalen als zij terugkwamen in de
republiek, op deze wijze verdienden zij 1 tot 2 stuiver per muntstuk. De V.O.C. wilde echter alle
winst die te behalen was op welke wijze dan ook voor zich zelf houden en verbood dit
omwisselen, maar hier werd aardig de hand mee gelicht. Dit was voornamelijk de reden dat het
V.O.C. geld voortaan apart werd besteld bij de munthuizen en dat de munten van een afwijkend
type waren met het V.O.C. monogram er in verwerkt. Voortaan mochten alleen deze munten
omgewisseld worden bij de kassiers.
De grote sommen geld van de V.O.C. moesten vanuit de Nederlanden vervoerd worden naar
verschillende bestemmingen in Azië. Soms echter kwam een schip nooit aan omdat het
overvallen werd of het was in een storm vergaan. Dit was een enorm verlies omdat deze schepen
op de heenweg vaak kisten vol gouden, zilveren en koperen munten aan boord hadden. Als nu
tegenwoordig zo'n V.O.C. schip word teruggevonden op de zeebodem dan betekent dat een rijke
buit voor de vinders. Het is zelfs wel eens voorgekomen dat er in een teruggevonden V.O.C.
schip, namelijk de Akerendam, de gehele oplage is teruggevonden van de Utrechtse gouden
dukaat uit 1724. Dit jaartal was tot die tijd nooit bekend geweest.
VOC.1 Gelderland halve duit zilver.(Scholten 384)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een kraanvogel tussen rozetten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE: Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN DEO SP. NOS dit betekent: onze hoop in de Heer.
![]() |
| Muntmeester Johan Cramer (1752-1757), mmt: kraanvogel. | |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1757 (zilver) | a: Scholten 384 |
Info:
Deze zilveren afslagen van 1757 zijn proefstukken en hebben een kartelrand. Er zijn geen koperen exemplaren bekend met dit
jaartal.
VOC.2: Gelderland halve duit.(Scholten 381-383, 385)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een korenaar tussen zespuntige sterren, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN DEO. EST. SPES. NOSTRA dit
betekent: onze hoop in de Heer.
![]() |
| Muntmeester Marten Hendrik Lohse (1782-1806), mmt: korenaar. | |
| 1788 N |
a: Scholten 381, mmt tussen zespuntige sterren b: I in INDEO lager geplaatst |
| 1789 N |
a: Scholten 382, mmt tussen zespuntige sterren b: I in INDEO lager geplaatst c: mmt tussen kruisvormen |
| 1790 N |
a: Scholten 383, mmt tussen zespuntige sterren b: kroon met gepunte top c: interpucties tussen spreuk d: met NOST: e: D in DEO groter f: met DSO ipv DEO |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1789 (zilver) | a: Scholten 385 |
| 1792 (vals) | a: Scholten blz.54 |
Info:
Volgens Scholten bestaan deze halve duiten met interpuncties op diverse plaatsen in de spreuk op de keerzijde. De zilveren halve duiten van 1789 hebben geen kartelrand. Scholten weet te vermelden dat volgens Moquette alle bekende koperen exemplaren met het jaartal 1792 vervalsingen zijn.
VOC.3: Gelderland duit.(Scholten 266-267, 283-284)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een vos tussen punten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN DEO SP. NOS. dit betekent: onze
hoop in de Heer.
|
Muntmeester Jacobus de Vos (1729-1732), mmt: vos. |
|
| 1731 N | a: Scholten 266 |
| 1732/31 R | a: Scholten - / excellent catalogus 1981 |
| 1732 S | a: Scholten 267 |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1731 (zilver) | a: Scholten 283 |
| 1732 (zilver) | a: Scholten 284 |
Info:
Er zijn ca. 19.892 Nederlandse Amsterdamse Trooise ponden geslagen van dit type (ca. 3.000.000 stuks).
Een Nederlands Amsterdams Troois pond was 494,09042 gram. Er zijn geen “normale” duiten geslagen
door deze muntmeesblz.ter waardoor zijn muntmeesterteken vos alleen op deze VOC duiten voorkomt.
VOC.4: Gelderland duit.(Scholten 268)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een berg tussen punten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN DEO SP. NOS. dit betekent: onze
hoop in de Heer.
![]() |
| Muntmeester Johan Hensbergen (1732-1748), mmt: berg. | |
| 1732 S |
a: Scholten 268 b: Kleiner wapenschild |
Info:
Op deze VOC duiten
gebruikte muntmeester Hensbergen nog alleen een berg. Later gebruikte hij op de “normale” Gelderse
duiten een springend paard bij een berg.
VOC.5: Gelderland duit zilver.(Scholten 285)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een kraanvogel tussen rozetten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN DEO SP. NOS dit betekent: onze
hoop in de Heer.
![]() |
| Muntmeester Johan Cramer (1752-1757), mmt: kraanvogel. | |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1757 (zilver) |
a: Letters N met horizontale voet b: Letters N zonder voet |
Info:
Deze zilveren afslagen van 1757 zijn proefstukken. Er zijn geen koperen exemplaren bekend met dit
jaartal.
VOC.6: Gelderland duit.(Scholten 269-271)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een boompje tussen vijfbladige rozetten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN DEO. EST. SPES. NOSTRA. dit
betekent: onze hoop in de Heer.
![]() |
| Muntmeester Carel Christiaan Novisadi (1758-1776), mmt: boom. | |
| 1771 N | a: Scholten 269 |
| 1772 N | a: Scholten 270 |
| 1776 N | a: Scholten 271 |
Info:
Het jaartal 1771 bestaat met rommelig opschrift. In 1776 was een bestelling geplaatst voor 15.000 gulden
aan duiten, dit is ca. 2.400.000 stuks.
VOC.7: Gelderland duit.(Scholten 272-282, 286-287)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een korenaar tussen vijfbladige rozetten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN DEO. EST. SPES. NOSTRA. dit
betekent: onze hoop in de Heer.
| Muntmeester Marten Hendrik Lohse (1782-1806), mmt: korenaar. | |||
| 1785 N |
a: Scholten 272 |
1790 N |
a: Scholten 277, mmt. tussen kruisvormen b: mmt kopstaand c: NOSTEA ipv NOSTRA d: mmt tussen vijfpuntige sterren e: mmt tussen rozetten |
| 1786 N |
a: Scholten 273, mmt tussen punten b: mmt tussen zespuntige sterren c: spreuk zonder interpuncties d: mmt tussen rozetten e: mmt. tussen kruisvormen |
1791 N |
a: Scholten 278, mmt tussen zespuntige sterren b: fijn afgewerkte proef (Scholten 279) |
| 1787 N |
a: Scholten 274, mmt. tussen kruisvormen b: mmt kopstaand |
1792 N |
a: Scholten 280, mmt. tussen zespuntige sterren b: puntige 1 in het jaartal c: met interpucties d: met kartelrand |
| 1788 N |
a: Scholten 275, mmt. tussen kruisvormen b: mmt kopstaand |
1793 N |
a: Scholten 281, mmt. tussen zespuntige sterren |
| 1789 N |
a: Scholten 276, mmt. tussen kruisvormen b: mmt kopstaand c: spreuk zonder interpucties d: de I in IN DEO lager geplaatst |
1794 N |
a: Scholten 282, mmt. tussen zespuntige sterren b: met EPES ipv SPES |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1789 (zilver) | a: Scholten 286 |
| 1791 (zilver) | a: Scholten 287 |
Info:
Aan het bestaan van de zilveren afslag 1789 moet worden getwijfeld.
VOC.8: Gelderland duit.(Scholten 502-506)
VOORZIJDE:
Het V.O.C. monogram met daarboven een korenaar tussen zespuntige sterren,
onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: IN DEO. EST. SPES. NOSTRA. dit
betekent: onze hoop in de Heer.
| Muntmeester Marten Hendrik Lohse (1782-1806), mmt: korenaar. | |
| 1802 N | a: Scholten 502 |
| 1803/1776 R | a: Scholten - |
| 1803 N |
a: Scholten 503 b: Scheve 0 in het jaartal |
| 1804 S |
a: Scholten 504 b: Grote ronde O in het jaartal |
| 1805 N |
a: Scholten 505 b: Kartelrand c: Grote scheve O in het jaartal d: jaar verkeerd als 1085 e: Afdruk op een Brabantse patagon van 1622 |
| 1806/05 R | a: Scholten - |
| 1806 N |
a: Scholten 506 b: De 6 in het jaar meer omgebogen c: Groter muntplaatje (24 mm) |
Info:
Proefslagen van het jaar 1806 in goud en zilver worden door Scholten als vals betiteld.
VOC.9: Holland halve duit.(Scholten 351-358
/ 359-367 / 368-374)
VOORZIJDE:
Het V.O.C. monogram met daarboven een vijfbladige rozet tussen punten, onder
het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Holland met klimmende leeuw naar links.
| Muntmeester Otto Buck (1731-1756), muntteken ❀ (roos). | |||
| 1749 N | a: Scholten 351 | 1753/51 R | a: Scholten - |
| 1750 S | a: Scholten 352 | 1753/52 R | a: Scholten - |
| 1751 S | a: Scholten 353 | 1753 N | a: Scholten 355 |
| 1752 N | a: Scholten 354 | 1754 N | a: Scholten 356 |
| Bekende afslagen etc. | |||
| 1750 (goud) | a: Scholten 368 | 1756/55 (zilver) | a: Scholten - |
| 1755/54 (zilver) |
a: Scholten - |
1756 (zilver) |
a: Scholten 360 b: Met kleine rozetten |
| 1755 (zilver) | a: Scholten 359 | 1756 (goud) | a: Scholten 370 |
| 1755 (goud) | a: Scholten 369 | 1760 (zilver) | a: Scholten 364 |
| Muntmeester Mr. Wouter Buck (1756-1786), muntteken ❀ (roos). | |
| 1769 N | a: Scholten 357 |
| 1770 N | a: Scholten 358 |
| Bekende afslagen etc. | |||
| 1757 (vals) | a: Scholten blz.53 | 1761 (zilver) | a: Scholten 365 |
| 1757 (zilver) | a: Scholten 361 | 1761 (goud) | a: Scholten 373 |
| 1758/57 (zilver) | a: Scholten 362b | 1763 (goud) | a: Scholten 374 |
| 1758 (zilver) | a: Scholten 362 | 1767 (vals) | a: Scholten blz.53 |
| 1758 (goud) | a: Scholten 371 | 1768 (vals) | a: Scholten blz.53 |
| 1759 (zilver) | a: Scholten 363 | 1780 (vals) | a: Scholten blz.53 |
| 1760 (zilver) | a: Scholten 364 | 1781 (vals) | a: Scholten blz.53 |
| 1760 (goud) | a: Scholten 372 | ||
Info:
De valse jaren moet men kunnen herkennen aan de band van de kroon die is versierd met blokjes en
punten.
VOC.10: Holland duit.(Scholten 79-122)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een vijfbladige rozet tussen punten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Holland met klimmende leeuw naar links.
| Muntmeester Isaac Westerveen (1715-1731), muntteken ❀ (roos). | |
| 1726 S | a: Scholten 79 |
| 1730/26 S | a: Scholten - |
| 1730 N | a: Scholten 80 |
| 1731/30 S | a: Scholten 81b |
| 1731 S | a: Scholten 81 |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1726 (goud) | a: Scholten 143 |
| 1727 (vals) | a: Scholten blz.45 |
| 1728 (vals) | a: Scholten blz.45 |
| 1729 (vals) | a: Scholten blz.45 |
| Muntmeester Otto Buck (1731-1756), muntteken ❀ (roos). | |||
| 1732/26 R | a: Scholten 82b | 1743 S | a: Scholten 89 |
| 1732/30 R | a: Scholten - | 1744 N | a: Scholten 90 |
| 1732 N | a: Scholten 82 | 1745/44 S | a: Scholten - / Excellent 1981 blz. 90 |
| 1733/26 R | a: Scholten - | 1745 N | a: Scholten 91 |
| 1733 N | a: Scholten 83 | 1746 N | a: Scholten 92 |
| 1734/26 R | a: Scholten - | 1747 S | a: Scholten 93 |
| 1734/33 S | a: Scholten 84c | 1748/47 R | a: Scholten - |
| 1748 N | a: Scholten 94 | ||
| 1734 N |
a: Scholten 84 b: De 4 lager geplaatst |
1749 R |
a: Scholten 95 |
| 1735/26 R | a: Scholten - | 1750 N | a: Scholten 96 |
| 1735/30 R | a: Scholten - | 1751/50 N | a: Scholten - / Excellent 1981 blz. 90 |
| 1735/34 R | a: Scholten 85b | 1751 N | a: Scholten 97 |
| 1735 N | a: Scholten 85 | 1752/51 R | a: Scholten - |
| 1736/35 S | a: Scholten 86b | 1752 N | a: Scholten 98 |
| 1736 N |
a: Scholten 86 b: Grotere 3 in jaartal |
1753 N |
a: Scholten 99 b: Grotere 3 in jaartal |
| 1737 S |
a: Scholten 87 b: Grotere 3 in jaartal |
1754/53 R |
a: Scholten 100b |
| 1742/34 R | a: Scholten - | 1754 R | a: Scholten 100 |
| 1742 N | a: Scholten 88 | 1755 S | a: Scholten 101 |
| Bekende afslagen etc. | |||
| 1732 (goud) | a: Scholten 144 | 1749/47 (zilver) | a: Scholten - |
| 1733 (zilver) | a: Scholten - | 1749 (zilver) | a: Scholten 128 |
| 1735 (zilver) | a: Scholten 123 | 1749 (goud) | a: Scholten 148 (5,24 gram) |
| 1736/26 (zilver) | a: Scholten - | 1750 (zilver) | a: Scholten 129 |
| 1736/35 (zilver) | a: Scholten 124 | 1751 (zilver) | a: Scholten 130 |
| 1738 (goud) | a: Scholten 145 | 1752 (zilver) | a: Scholten 131 |
| 1746 (zilver) | a Scholten 125 | 1753 (zilver) | a: Scholten 132 |
| 1746 (goud) | a: Scholten 146 (7 gram) | 1754 (zilver) | a: Scholten 133 |
| 1747 (zilver) | a: Scholten 126 | 1755 (zilver) | a: Scholten 134 |
| 1747 (goud) | a: Scholten 147 | 1755 (goud) | a: Scholten 149 |
| 1748/46 (zilver) | a: Scholten - | 1756 (zilver) | a: Scholten 135 |
| 1748 (zilver) |
a: Scholten 127 b: zonder kartelrand |
1756 (goud) |
a: Scholten 150 (5,20 gram) |
| Muntmeester Mr. Wouter Buck (1756-1786), muntteken ❀ (roos). | |||
| 1764 N | a: Scholten 102 | 1772 S | a: Scholten 109 |
| 1765/64 R | a: Scholten 103b | 1776 S | a: Scholten 110 |
| 1765 N | a: Scholten 103 | 1777 S | a: Scholten 111 |
| 1766 N | a: Scholten 104 | 1778 N | a: Scholten 112 |
| 1767 N | a: Scholten 105 | 1779 N | a: Scholten 113 |
| 1768 R | a: Scholten 106 | 1780 N | a: Scholten 114 |
| 1770 N | a: Scholten 107 | 1781 N | a: Scholten 115 |
| 1771 N | a: Scholten 108 | 1784 R | a: Scholten 116 |
| Bekende afslagen etc. | |||
| 1757 (zilver) | a: Scholten 136 | 1762 (zilver) | a: Scholten 141 |
| 1758 (zilver) | a: Scholten 137 | 1763 (zilver) | a: Scholten 142 |
| 1759 (zilver) | a: Scholten 138 | 1763 (goud) | a: Scholten 151 |
| 1759 (goud) | a: Scholten 151 | 1782 (vals) | a: Scholten blz.45 |
| 1760 (zilver) | a: Scholten 139 | 1785 (vals) | a: Scholten blz.45 |
| 1761 (zilver) | a: Scholten 140 | ||
| Muntmeester Jan Abraham Bodisco (1787-1806), muntteken ❀ (roos). | |
| 1788 N |
a: Scholten 117 b: Met grotere cijfers in het jaartal |
| 1789 N |
a: Scholten 118 b: Jaartal met tussenruimte als 17 89 |
| 1790/70 R | a: Scholten - |
| 1790/89 R | a: Scholten 119b |
| 1790 N |
a: Scholten 505 b: zie 1790/89 c: Muntteken rozet trussen dikke punten |
| 1791 N |
a: Scholten 120 b: Grotere ruimte tussen 9 en 1 in het jaartal c: Muntteken rozet trussen dikke punten |
| 1792 N | a: Scholten 121 |
| 1793 N | a: Scholten 122 |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1787 (vals) | a: Scholten blz.45 |
Info:
De jaren 1727, 1728 en 1729 zijn waarschijnlijk valse inlandse duiten,
zie Scholten blz.45. Ook de jaren 1782, 1785 en 1787
zijn vals. Deze valse jaren moet men kunnen herkennen aan de band van de kroon die is versierd met
blokjes en punten.
VOC.11: Holland duit.(Scholten 499-501)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een vijfbladige rozet tussen punten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Holland met klimmende leeuw naar links.

| Muntmeester Jan Abraham Bodisco (1787-1806), muntteken ❀ (roos). | |
| 1802 R2 | a: Scholten 499 |
| 1803 S |
a: Scholten 500, platte grote 3 b: Scheve doorgezakte 3 c: Ronde 3 |
| 1804 R3 | a: Scholten 501 |
Info:
Ondanks dat de VOC in 1799 failliet was verklaard werden tijdens de Bataafse republiek nog steeds duiten van het oude type met VOC monogram geslagen.
VOC.12: West-Friesland halve duit.(Scholten 379-380)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een scheepje, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van West Friesland.
| Muntmeester Pieter Buijskes (1761-1781), mmt: haringbuis. | |
| 1769 N | a: Scholten 379 |
| 1770 N | a: Scholten 380 |
Info:
Er zijn volgens Scholten (blz.54) halve duiten gesignaleerd van 1778, 1786 en 1787 maar deze zijn door Moquette als vals bestempeld.
VOC.13: West-Friesland duit.(Scholten 209-210/214-218)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een knolraap tussen vijfbladige rozetten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van West Friesland.
| Muntmeester Jan Knol (1715-1741), mmt: knolraap. | |
| 1729 N |
a: Scholten 209 b: VOC met grote O en C c: VOC met zeer dikke V |
| 1731 R | a: Scholten 210 |
| 1733 N |
a: Scholten 214, met kleine cijfers 3 in het jaartal b: Haarband van de kroon met grote ruiten |
| 1734 N |
a: Scholten 215 b: Kleine cijfers in het jaartal |
| 1735/34 | a: Scholten - |
| 1735
N |
a: Scholten 216 b: 6 balkjes in het wapenschild c: Schild anders d: Jaartal niet gescheiden |
| 1736/35 R2 | a: Scholten - |
| 1736 R2 |
a: Scholten 217, Jaartal met kleine cijfers b: De drie in het jaartal kleiner |
| 1737/36 R | a: Scholten - |
| 1737 S |
a: Scholten 218 b: Jaartal met kleine cijfers |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1721 (vals) | a: Scholten - / particuliere collectie |
| 1730 (goud) | a: Scholten 264 |
| 1731 (goud) | a: Scholten 265 |
Info:
Het jaar 1721 vals is aanwezig in een particuliere collectie.
VOC.14: West-Friesland duit.(Scholten 211-213)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een knolraap tussen vijfbladige rozetten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond ingebogen wapen van West Friesland.
| Muntmeester Jan Knol (1715-1741), mmt: knolraap. | |
|
1731 N |
a: Scholten 211, band van kroon geheel zichtbaar, jaartal
tussen vijfpuntige sterren b: Kroon zonder punten c: Alleen de voorzijde van de haarband van de kroon zichtbaar d: Geen balkjes in het wapen e: Het VOC monogram breed uitgevoerd f: Jaartal tussen vijfpuntige sterren met kleine 3 en kroon zonder punten g: Jaartal tussen punten met kleine 3 h: Jaartal tussen open rondjes met kleine 3 |
| 1732 R |
a: Scholten 212, jaartal tussen vijfpuntige sterren b: Jaartal tussen punten en 17 en 32 verder uit elkaar |
| 1733 R2 |
a: Scholten 213, jaartal tussen punten en met kleine cijfers 3. b: Als a maar kroon met driebladige fleurons zonder punten c: Als b maar kroon met punten |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1729 (goud) | a: Scholten 263 |
| 1731 (zilver) | a: Scholten 259 |
| 1736 (zilver) |
a: Scholten 260, met geribde rand b: Diameter 36 mm, een drievoudige buitencirkel en een opstaand randje |
VOC.15: West-Friesland duit.(Scholten 219-233)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een haantje tussen punten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van West Friesland.
| Muntmeester Theunis Kist (1741-1761), mmt: haan. | |||
| 1743 R |
a: Scholten 219, dikke cijfers b: Als a maar punten in de kroon |
1750 N |
a: Scholten 226 b: Jaartal met grote 5 |
| 1744 N |
a: Scholten 220 b: Punten in de kroon c: mmt tussen rozetten d: Als c maar het wapen iets ingebogen |
1751 N |
a: Scholten 227 |
| 1745/43 | a: Scholten - | 1752 N | a: Scholten 228 |
| 1745 N | a: Scholten 221 | 1753/33 | a: Scholten - |
| 1746/45 |
a: Scholten - |
1753 N |
a: Scholten 229 b: Lange leeuwen en 53 hoger geplaatst |
| 1746
N |
a: Scholten 222 |
1754
N |
a: Scholten 230, cijfer 4 verschilt b: Langer wapenschild |
| 1747 N | a: Scholten 223 | 1755/45 | a: Scholten - |
| 1748 N | a: Scholten 224 | 1755 N | a: Scholten 231 |
| 1749 N | a: Scholten 225 | 1756 N | a: Scholten 232 |
| Bekende afslagen etc. | |
| ZJ (hybride KZxKZ) | a: Scholten 221c |
| 1745 (hybride VZxVZ) | a: Scholten 221b |
| 1746 (zilver) | a: Scholten 260A |
| 1747 (zilver) | a: Scholten - |
| 1748 (hybride VZxVZ) | a: Scholten 224b |
| 1752 (zilver) | a: Scholten 261 |
Info:
Er zijn volgens Scholten (blz.49) duiten gesignaleerd van 1757 maar deze zijn door Moquette als vals bestempeld.
VOC.16: West-Friesland duit.(Scholten
233-233b)
VOORZIJDE: Een versiering van takken met daarin het V.O.C. monogram. Boven het monogram een haantje tussen punten en onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van West Friesland.

| Muntmeester Theunis Kist (1741-1761), mmt: haan. | |
| 1756 S | a: Scholten 233 |
| Bekende afslagen etc. | |
| ZJ (hybride KZxKZ) | a: Scholten 233a |
| 1756 (hybride VZxVZ) | a: Scholten 233b |
| 1756(zilver) | a: Scholten 262a |
| ZJ (zilveren hybride KZxKZ) | a: Scholten 262b |
| 1756 (hybride VZxVZ) | a: Scholten 262c |
VOC.17: West-Friesland duit.(Scholten 234-242)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een scheepje tussen punten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van West Friesland.
| Muntmeester Pieter Buijskes (1761-1781), mmt: haringbuis. | |||
| 1764 R2 | a: Scholten 234 | 1768/67 S | a: Scholten - |
| 1765/56 |
a: Scholten - |
1768 S |
a: Scholten 237, mmt tussen rozetten en zonder buitenranden b: Idem maar met kleine 7 |
| 1765/64 |
a:
Scholten - |
1770 S |
a: Scholten 239, mmt tussen rozetten en zonder buitenranden b: Met breder VOC monogram |
| 1766 N |
a: Scholten 235, met buitenranden b: Mmt tussen rozetten en zonder buitenranden |
1771/70 S |
a: Scholten 240b |
| 1766 N |
a: Scholten 236, met buitenranden b: Mmt tussen rozetten en zonder buitenranden c: Mmt tussen rozetten met buitenranden d: Mmt tussen rozetten en kz met buitenranden |
1771 N |
a:
Scholten 240, met breder VOC monogram |
| 1767/66 | a: Scholten - | 1772 N | a: Scholten 241, met breder VOC monogram |
| 1767
N |
a: Scholten 237, mmt tussen rozetten en zonder buitenranden b: Idem maar met kleine 7 |
1773 R |
a: Scholten 242, met breder VOC monogram |
| Bekende afslagen etc | |
| 1765 (vals) | a: Scholten - |
Info:
Het jaar 1765 vals is aanwezig in een particuliere collectie.
VOC.18: West-Friesland duit.(Scholten 243-258)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een vijfbladige rozet tussen punten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van West Friesland.
| Muntmeester Pieter Buijskes (1761-1781), mmt: haringbuis. | |||
|
1776/73
R2 |
a: Scholten 243b |
1778 N |
a: Scholten 245, met breder VOC monogram b: Zie 1778/77 |
| 1776 N | a: Scholten 243, met breder VOC monogram | 1779/78 S | a: Scholten - |
| 1777/76 S |
a:
Scholten 244b |
1779 N |
a: Scholten 246, met breder VOC monogram b: Cijfers van het jaartal verder uit elkaar |
| 1777 N |
a: Scholten 244, met breder VOC monogram b: Zie 1777/76 c: Cijfers van het jaartal verder uit elkaar |
1780 R |
a:
Scholten 247 |
| 1778/77 S | a: Scholten 245b | 1781 R | a: Scholten 248 |
| Muntmeester Hessel Slijper (1781-1802), mt: rozet. | |||
| 1784/81 S | a: Scholten 249b | 1789/88 S | a: Scholten 254b |
| 1784 N |
a: Scholten 249 b: Zie 1784/81 |
1789/9871
R2 |
a: Scholten 254c |
| 1785/84 S |
a: Scholten 250b |
1789 N |
a: Scholten 254 b: Zie 1789/88 c: Zie 1789/9871 |
| 1785 N |
a: Scholten 250 b: Zie 1785/84 |
1790 N |
a: Scholten 255 |
| 1786/85 S | a: Scholten 251b | 1791/90 S | a: Scholten 256b |
| 1786 N |
a: Scholten 251 b: Zie 1786/85 |
1791 N |
a: Scholten 256 b: Zie 1791/90 |
| 1787 N | a: Scholten 252 | 1792 N | a: Scholten 257 |
| 1788 N |
a: Scholten 253, eerste 8 breder b: Cijfers 8 even groot |
1794 R2 |
a: Scholten 258 |
| 1789/87 | a: Scholten - | ||
| Bekende afslagen etc. | |
| 1786 (vals) | a: Scholten - |
| 1787 (vals) | a: Scholten - |
| 1788 (vals) | a: Scholten - |
| 1792 (vals) | a: Scholten - |
| 1881 (vals) | a: Scholten - |
Info:
De jaren 1786, 1787, 1788, 1792 en 1881 vals zijn aanwezig in een particuliere collectie.
VOC.19: West-Friesland duit.(Scholten 498)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een ster, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen met klimmende leeuw naar links.

| Muntmeester Hessel Slijper (1781-1802), mt: ster. | |
| 1802 S | a: Scholten 498 |
Info:
Dit jaar valt eigenlijk onder de munten van Holland maar aangezien de munt is geslagen te Enkhuizen,
en het afwijkende muntteken ster i.p.v. rozet heeft, heb ik hem hier bij West-Friesland opgenomen.
Ondanks dat de VOC in 1799 failliet was verklaard werden tijdens de Bataafse republiek nog steeds duiten
van het oude type met VOC monogram geslagen.
VOC.20: West-Friesland halve duit.(Scholten 518-522
/ 561-563)
VOORZIJDE: De tekst INDIAE BATAV: met daarboven een ster. Onder de tekst het jaartal.
KEERZIJDE: Gekroond wapen met leeuw naar links. Ter weerszijden van het wapen 5 - 1/32 en onder het wapen een G (5 stuks is 1/32 gulden).

| Muntmeester Hessel Slijper (1781-1802), mt: ster. | |
| 1802 S | a: Scholten 518 |
| Muntmeester Willem Diederik Verschuer (1803-1809), mt: ster. | |
| 1803 N | a: Scholten 519 |
| 1804 S | a: Scholten 520 |
| 1805 S | a: Scholten 521 |
| 1806 S | a: Scholten 522 |
| 1807 S | a: Scholten 561 |
| 1808 S | a: Scholten 562 |
| 1809 S | a: Scholten 563 |
Info:
Deze halve duiten zijn van een geheel nieuw type en zijn besteld door de fabrikant de Heus. De
autoriteiten in Indië lieten de import van duiten geheel aan hem over. Hij kon via onderhandelingen met
de verschillende muntmeesters lucratieve contracten krijgen omdat er weinig werk was voor de
munthuizen. De aanduiding 5 - 1/32 betekent: 5 duiten is 1/32 gulden. Deze jaren vallen eigenlijk onder
de munten van Holland maar aangezien de jaren 1802 en 1803 zijn geslagen te Enkhuizen en de jaren
1804 t/m 1806 te Hoorn, heb ik ze hier bij West-Friesland opgenomen. Ook dragen zij het afwijkende
muntteken ster i.p.v. de rozet van Holland.
VOC.21: West-Friesland duit.(Scholten 507-512
/ 556-558)
VOORZIJDE: De tekst INDIAE BATAV: met daarboven een ster. Onder de tekst het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen met leeuw naar links. Ter weerszijden van het wapen 5 - 1/16
en onder het wapen een G (5 stuks is 1/16 gulden).

| Muntmeester Hessel Slijper (1781-1802), mt: ster. | |
|
1802 S |
a: Scholten 507 b: Mt ster omgekeerd c: Geen : na BATAV |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1802 (Hybride KZxKZ) | a: Scholten 507d |
|
1802
(zilver) |
a: Scholten 509 b: Geen : na BATAV |
| Muntmeester Willem Diederik Verschuer (1803-1809), mt: ster. | |
| 1803 N | a: Scholten 508 |
| 1804
S |
a: Scholten 510 b: Kartelrand |
| 1805
S |
a: Scholten 511 b: Met T/16 ipv 1/16 |
| 1806 S | a: Scholten 512 |
| 1807 S | a: Scholten 556 |
| 1808
R |
a: Scholten 557 b: In geelkoper (messing) |
| 1809/08 R3 | a: Scholten 558b |
Info:
Deze duiten zijn van een geheel nieuw type en zijn besteld door de fabrikant de Heus. De autoriteiten in
Indië lieten de import van duiten geheel aan hem over. Hij kon via onderhandelingen met de verschillende
muntmeesters lucratieve contracten krijgen omdat er weinig werk was voor de munthuizen. De aanduiding
5 - 1/16 betekent: 5 duiten is 1/16 gulden. Deze jaren vallen eigenlijk onder de munten van Holland maar
aangezien de jaren 1802 en 1803 zijn geslagen te Enkhuizen en de jaren 1804 t/m 1806 te Hoorn, heb ik
ze hier bij West-Friesland opgenomen. Ook dragen zij het afwijkende muntteken ster i.p.v. de rozet van
Holland.
VOC.22: Zeeland halve duit.(Scholten 375-378)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een burchtje tussen zespuntige sterren, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Zeeland.
|
Muntmeester Martinus Holtzhey Jr. (1764-1788), muntteken burchtje. |
|
|
1770
N |
a: Scholten 375 b: Smalle kroon c: Smalle kroon, VOC monogram en jaartal kleiner d: Geschroefd |
| 1771 N | a: Scholten 376 |
| 1772 N | a: Scholten 377 |
| Muntmeesteres Petronella Holtzhey-Slob (1788-1799), muntteken burchtje. | |
| 1789 R2 | a: Scholten 378, geschroefd |
VOC.23: Zeeland duit.(Scholten 153-156)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een burchtje tussen stervormige rozetten, onder het monogram het jaartal tussen punten.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Zeeland. Tekst: LUCTOR. ET. EMERGO. dit betekent: ik
worstel en kom boven.
| Muntmeester Pieter Kappeine (1721-1752), muntteken burchtje. | |
| 1726 R2 | a: Scholten 153, mt. tussen vijfpuntige sterren |
| 1727
S |
a: Scholten 154, mt tussen zespuntige sterren b: Punt na EMERGO |
| 1728
N |
a: Scholten 155, mt tussen zespuntige sterren b: Punten naast het jaartal hoog geplaatst c: Punt na EMERGO d: Punten naast het jaartal op de hoogte van het midden vd cijfers geplaatst. |
| 1729
N |
a: Scholten 156, mt. tussen vijfpuntige sterren b: Mt. tussen zespuntige sterren |
VOC.24: Zeeland duit.(Scholten 158-164
/ 207)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een burchtje tussen zespuntige sterren, onder het monogram het jaartal tussen punten.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Zeeland.
| Muntmeester Pieter Kappeine (1721-1752), muntteken burchtje. | |
| 1729 R2 | a: Scholten 158 |
| 1730 N |
a: Scholten 159 b: Kleine 7 in het jaartal c: Afstand tussen wapen en kroon groter d: Mt. tussen zespuntige sterren |
| 1731/30 S | a: Scholten 160e |
| 1731 N |
a: Scholten Scholten 160, mt. tussen vijfpuntige sterren b: Staart vd leeuw geheel zichtbaar c: Mt. tussen rozetten d: Mt tussen open vijfbladige rozet e: Zie 1731/30 |
| 1732 N |
a: Scholten 161, mt. tussen zespuntige sterren b: Kleine 3 in het jaartal en punten terzijde hoog geplaatst |
| 1733/32 S | a: Scholten - |
| 1733
N |
a: Scholten 162, mt. tussen zespuntige sterren b: Smal VOC monogram c: Mt. tussen rozetten d: Mt tussen open vijfbladige rozet e: Smalle cijfers in het jaartal |
| 1734
N |
a: Scholten 163, mt. tussen zespuntige sterren b: Mt. tussen vijfpuntige sterren c: De 4 in het jaartal hoger geplaatst |
| 1735/33 S | a: Scholten - |
| 1735
N |
a: Scholten 164, mt. tussen zespuntige sterren b: Jaartal met grote 5 welke boven is ingebogen c: Punten naast het jaartal hoger geplaatst |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1732 (zilver) | a: Scholten 207 |
VOC.25: Zeeland duit.(Scholten 165-177)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een burchtje tussen zespuntige sterren, onder het monogram het jaartal zonder punten.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Zeeland.
| Muntmeester Pieter Kappeine (1721-1752), muntteken burchtje. | |||
|
1736/34
S |
a: Scholten - |
1746 N |
a: Scholten 171 b: Grotere 6 in het jaartal c: Zie 1746/45 d: Cijfers in jaartal onregelmatig geplaatst |
| 1736 N |
a: Scholten 165, oude kroon (grote fleurons) b: Nieuwe kroon (kleine fleurons) |
1747 N |
a:
Scholten 172, jaartal met kleine 4 b: Jaartal met grote 4 |
| 1737 S | a: Scholten 166 | 1748/47 S | a: Scholten 173c |
| 1738 R |
a: Scholten 167 |
1748 N |
a:
Scholten 173 b: C in monogram lager geplaatst dan de O c: Zie 1748/47 |
| 1739/37 S |
a: Scholten 168b |
1749 N |
a:
Scholten 174 b: C in monogram lager geplaatst dan de O |
| 1739
S |
a: Scholten 168 b: Zie 1739/37 |
1750/49
N |
a: Scholten - |
| 1744 N |
a: Scholten 169, leeuw met grote staart b: Leeuw met kleine staart |
1750 N |
a: Scholten 175 b: C in monogram lager geplaatst dan de O c: Wapen onder uitlopend in een punt |
| 1745/44 S | a: Scholten - | 1751/50 S | a: Scholten - |
| 1745
N |
a: Scholten 170 b: Punten naast jaartal hoog geplaatst c: Fleurons in kroon zonder punten |
1751 S |
a: Scholten 176, jaartal met kleine 5 b: Jaartal met grote 7 c: Wapen onder uitlopend in een punt d: Sterren naast mt. gedraaid |
| 1746/45 S |
a: Scholten 171c |
1752 N |
a: Scholten 177, jaartal tussen zespuntige sterren b: Platte kroon c: Zespuntige ster rechts naast jaartal d: Jaartal met links zespuntige ster en rechts punt e: Jaartal tussen punten f: 17 en 52 verder uit elkaar |
VOC.26: Zeeland duit.(Scholten 178-203
/ 208)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven een burchtje tussen zespuntige sterren, aan weerszijden van de punt van de letter V het jaartal zonder punten.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Zeeland.
| Muntmeester Martinus Holtzhey Sr. (1752-1758), muntteken burchtje. | |
| 1753 N |
a: Scholten 178 b: 53 lager geplaats dan 17 c: Jaartal met spaties d: Jaartal met kleine cijfers e: Sterren naar mt. gedraaid |
| 1754/50 R | a: Scholten - |
| 1754/53 R | a: Scholten - |
| 1754 N |
a: Scholten 179 b: Ruimte tussen 17 en 54 c: Punten in de kroon d: Ruimte tussen 17 en 54 en punt achter 54 e: Jaar als 17.54 f: 17 en 54 zonder tussenruimte |
| 1755 N |
a: Scholten 180 b: Punten in de kroon |
| 1756/53 R | a: Scholten - |
| 1756/54 R | a: Scholten - |
| 1756/55 R | a: Scholten 181b |
| 1756
S |
a: Scholten 181 b: Zie 1756/55 c: Punten in de kroon |
| Muntmeester Martinus Holtzhey Jr. (1764-1788), muntteken burchtje. | |||
| 1764 R | a: Scholten 182 | 1778 S | a: Scholten 192 |
| 1765/64 R | a: Scholten - | 1779 S | a: Scholten 193 |
| 1765 N |
a: Scholten 183 b: Punten in de kroon c: Jaartal met kleinere cijfers |
1780 N |
a: Scholten 194 |
| 1766 N |
a: Scholten 184 b: Staart van de leeuw met pluimen |
1784 N |
a:
Scholten 195 b: Groot jaartal |
| 1767 N |
a: Scholten 185 b: Sterren naast mt. gedraaid |
1785/84 R |
a:
Scholten - |
| 1768
N |
a: Scholten 186, grote 8 in jaartal b: Kleine 8 in jaartal |
1785
N |
a: Scholten 196 b: Groot jaartal c: Vz. stempel van 1771/72 |
| 1770 N |
a: Scholten 187 b: Leeuw met pluimen aan de staart |
1786/85
R |
a: Scholten |
| 1771
N |
a: Scholten 188 |
1786
N |
a: Scholten 197, sterren naast mt. gedraaid b: Cijfer 6 met omgebogen staart |
| 1772 N | a: Scholten 189 | 1787/86 R | a: Scholten - |
| 1773 R2 |
a: Scholten 190 b: Staart van de leeuw zonder pluimen |
1787 N |
a: Scholten 198 b: Sterren naast mt. gedraaid |
| 1777 N |
a: Scholten 191 b: Sterren naast mt. gedraaid |
1788 N |
a: Scholten 199 b: Sterren naast mt. gedraaid |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1788 (zilver) | a: Scholten 208 |
| Muntmeestere Petronella Holtzhey-Slob (1788-1799), muntteken burchtje. | |
| 1789 N |
a: Scholten 200 b: Met kartelrand c: Schild aan de onderkant breder d: Cijfer 9 met omgebogen staart |
| 1790 N |
a: Scholten 201 b: Met kartelrand c: Schild aan de onderkant breder |
| 1791 N |
a: Scholten 202 b: Pluimen aan de staart van de leeuw c: Kroon met kleinere fleurons d: Over ouder jaar? e: Kleinere 7 in jaartal |
| 1792 N |
a: Scholten 203, Pluimen aan de staart van de leeuw b: Sterren naast mt. gedraaid |
VOC.27: Zeeland duit.(Scholten 204-206)
VOORZIJDE: Een gedeeltelijke tulpkrans met daaronder het V.O.C. monogram. Boven het monogram een burchtje tussen zespuntige sterren en aan weerszijden van de punt van de V het jaartal tussen punten.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Zeeland met schuine bovenhoeken en smalle puntige
onderzijde.
| Muntmeestere Petronella Holtzhey-Slob (1788-1799), muntteken burchtje. | |
| 1792 R |
a: Scholten 204 b: Keerzijde met halve krans bovenin |
| 1793 N |
a: Scholten 205, Keerzijde met halve krans bovenin b: Idem maar staart van de leeuw zonder pluim c: Idem maar met kartelrand d: Oud type schild op keerzijde, voorzijde nieuwe type |
| 1794/93 R | a: Scholten 206b |
| 1794 N |
a: Scholten 206, keerzijde met halve krans bovenin b: Zie 1794/93 |
VOC.28: Utrecht halve duit.(Scholten 386-395)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven het stadswapentje van Utrecht tussen punten, onder het monogram het jaartal.
KEERZIJDE:
Gekroond wapentje van Utrecht met verbrede onder en bovenzijde.
| Muntmeester Johan Ernst Novisadi (1738-1761, muntteken stadswapen van Utrecht. | |
| 1752 N | a: Scholten 386 |
| 1753 N | a:Scholten 387 |
| 1754 N | a: Scholten 388 |
| 1755 N | a: Scholten 389 |
| 1756 R2 | a: Scholten 390 |
| 1757 S | a: Scholten 391 |
| Bekende afslagen etc. | |||
| 1752 (goud) | a: Scholten 420 | 1758 (hybride koper 1758x1758) | a: Scholten 393 |
| 1753 (zilver) | a: Scholten 396 | 1758 (hybride zilver 1758x1758) | a: Scholten 402 |
| 1753 (goud) | a: Scholten 421 | ZJ (hybride koper wapenxwapen) | a: Scholten 392 |
| 1754 (zilver) | a: Scholten 397 | ZJ (hybride zilver wapenxwapen) | a: Scholten 413 |
| 1754 (goud) | a: Scholten 422 | 1758 (zilver) | a: Scholten 401 |
| 1755 (zilver) | a: Scholten 398 | 1758 (goud) | a: Scholten 424 |
| 1756 (zilver) | a: Scholten 399 | 1760 (zilver) | a: Scholten 403 |
| 1756 (goud) | a: Scholten 423 | 1761 (zilver) | a: Scholten 404 |
| 1757 (zilver) | a: Scholten 400 | 1761 (goud) | a: Scholten 425 |
| Muntmeesters Johan Christoffel Novisadi (1766-1771), muntteken stadswapen van Utrecht. | |
| 1769 N | a: Scholten 394 |
| 1770 N | a: Scholten 395 |
| Bekende afslagen etc. | |||
| 1762 (zilver) | a: Scholten 405 | 1768 (zilver) | a: Scholten 411 |
| 1762 (goud) | a: Scholten 426 | 1769 (zilver) | a: Scholten 412 |
| 1763 (zilver) | a: Scholten 406 | 1770 (zilver) | a: Scholten 414 |
| 1764 (zilver) | a: Scholten 407 | 1771 (zilver) | a: Scholten 415 |
| 1764 (goud) | a: Scholten 427 | 1773 (zilver) | a: Scholten 416 |
| 1765 (zilver) | a: Scholten 408 | 1792 (zilver) | a: Scholten 417 |
| 1766 (zilver) | a: Scholten 409 | 1793 (zilver) | a: Scholten 418 |
| 1767 (zilver) | a: Scholten 410 | 1793 (goud) | a: Scholten 429 |
| 1767 (goud) | a: Scholten 428 | 1794 (zilver) | a: Scholten 419 |
VOC.29: Utrecht duit.(Scholten 288-297)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven het stadswapentje van Utrecht tussen punten, onder het monogram het jaartal met Romeinse I.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Utrecht met daaronder een enkele streep. Het wapen wordt
vastgehouden door twee leeuwen.
| Muntmeester Johan Ernst Novisadi (1738-1761, muntteken stadswapen van Utrecht. | |||
| 1741 X | a: Scholten 288 | 1752 S | a: Scholten 293 |
| 1742 N | a: Scholten 289 | 1753 N | a: Scholten 294 |
| 1744 R2 | a: Scholten 290 | 1754 N | a: Scholten 295 |
| 1745 S | a: Scholten 291 | 1755 N | a:
Scholten 296 |
| 1746 S | a: Scholten 292 | 1757 S | a: Scholten 297 |
| Bekende afslagen etc. | |||
| 1742 (zilver) | a: Scholten 321 | 1757 (goud) | a: Scholten347 |
| 1742 (goud) | a: Scholten 343 | 1758/56 (zilver) | a: Scholten 326 |
| 1753 (zilver) | a: Scholten 322 | 1760 (zilver) | a: Scholten 327 |
| 1753 (goud) | a: Scholten 344 | 1760 (goud) | a:
Scholten 347A |
| 1754 (zilver) | a: Scholten 323 | 1761 (zilver) | a: Scholten 328 |
| 1754 (goud) | a: Scholten 345 | 1762 (zilver) | a: Scholten 329 |
| 1755 (zilver) | a: Scholten 324 | 1762 (goud) | a: Scholten 348 |
| 1755 (goud) | a: Scholten 346 | 1763 (zilver) | a: Scholten 330 |
| 1757 (zilver) | a: Scholten 325 | ||
VOC.30: Utrecht duit.(Scholten 298-303)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven het stadswapentje van Utrecht tussen punten, onder het monogram het jaartal met Arabische 1.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Utrecht met daaronder een enkele streep. Het wapen wordt
vastgehouden door twee leeuwen.
| Muntmeester Johan Ernst Novisadi met Johan Christoffel Novisadi (1761-1766), muntteken stadswapen van Utrecht. | |
|
1764
N |
a: Scholten 298 b: Kleiner muntteken |
| 1765 N | a: Scholten 299 |
| 1766/65 N | a: Scholten - |
| 1766 N | a: Scholten 300 |
| 1767 N | a: Scholten 301 |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1764 (zilver) | a: Scholten 331 |
| 1765 (zilver) | a: Scholten 332 |
| 1766 (zilver) | a: Scholten 333 |
| 1766 (goud) | a: Scholten 349 |
| 1767 (zilver) | a: Scholten 334 |
| Muntmeester Johan Christoffel Novisadi, (1766-1771) muntteken stadswapen van Utrecht. | |
| 1770 N | a: Scholten 302 |
| 1771 R2 | a: Scholten 303 |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1768 (zilver) | a: Scholten 335 |
| 1769 (zilver) | a: Scholten 336 |
| 1770 (zilver) | a: Scholten 337 |
| 1771 (zilver) | a: Scholten 338 |
VOC.31: Utrecht duit.(Scholten 304-314)
VOORZIJDE: Het V.O.C. monogram met daarboven het stadswapentje van Utrecht tussen punten, onder het monogram het jaartal met Arabische 1.
KEERZIJDE:
Gekroond wapen van Utrecht met daaronder een dubbele streep. Het wapen wordt
vastgehouden door twee leeuwen.
| Muntmeester Johan George Holtzhey (1771-1776), muntteken stadswapen van Utrecht. | |
| 1776 N | a: Scholten 304 |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1772 (zilver) | a: Scholten 339 |
| 1773 (zilver) | a: Scholten 340 |
| Muntmeester Carel Frederik Wesselman (1777-1782), muntteken stadswapen van Utrecht. | |
|
1777 N |
a: Scholten 307 b: Dikke balk onder het wapen |
| 1778 N | a: Scholten 306 |
| 1779 N | a: Scholten 307 |
| 1780 N | a: Scholten 308 |
| 1781 S | a: Scholten 309 |
| Muntmeester Johan Sebastiaan van Naamen (1782-1797), muntteken stadswapen van Utrecht. | |||
|
1784
N |
a: Scholten 310 |
1789 N |
a: Scholten 315 b: Klein muntteken |
| 1785/84 R |
a: Scholten - |
1790 N |
a: Scholten 316 b: Klein muntteken |
| 1785 N | a: Scholten 311 | 1791 N | a: Scholten 317 |
| 1786 N | a: Scholten 312 | 1792 N | a:
Scholten 318 |
| 1787 N | a: Scholten 313 | 1793 S | a: Scholten 319 |
| 1788 N | a: Scholten 314 | 1794 N | a: Scholten 310 |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1790 (zilver) | a: Scholten 341 |
| 1792 (goud) | a: Scholten 350 |
| 1794 (zilver) | a: Scholten 342 |
VOC.32: Overijssel duit.(Scholten 513-517)
VOORZIJDE: De tekst INDIAE BATAV: met daarboven een adelaar. Onder de tekst het jaartal.
KEERZIJDE: Gekroond wapen met leeuw naar links. Ter weerszijden van het wapen 5 - 1/16 en onder het wapen een G (5 stuks is 1/16 gulden).
TEKST: VIGILATE ET ORATE Dit betekent: waakt en bid.

| Muntmeester Nicolaas Wonneman (1763-1809), mmt: adelaar. | |
|
1803
N |
a: Scholten 513, ronde 3 b: Platte 3 c: G. vrijstaand d: Met VIGELATE e: Afstand tussen VIGILATE en G. |
| 1804 N |
a: Scholten 514, kleine kroon b: Met VIGLATE c: Grotere kroon d: Omschrift groter gespatieerd e: Als c maar met kleine letters op kz. f: Afstand tussen VIGILATE en G. |
| 1805 N |
a: Scholten 516, kleine kroon b: Met breed omschrift op kz. c: De 0 in het jaartal groter d: ETORATE aan elkaar vast e: Als d maar ook grote 6 in 1/16 f: Als e maar OKATE en poot van leeuw buiten wapenschild |
| 1806 S |
a: Scholten 517, kleine kroon b: Met OKATE en poot van leeuw buiten wapenschild |
| 1807 S |
a: Scholten 559 b: Motto met kleine letters |
| Bekende afslagen etc. | |
| 1804 (piedfort) | a: Scholten 514g |
| 1804 (zilver) | a: Scholten 515, als 514a uitgevoerd |
| 1807 (zilver) |
a: Scholten 560, zonder kartelrand b: Met kartelrand |
Info:
Deze duiten zijn van een geheel nieuw type en zijn besteld door de fabrikant de Heus. De autoriteiten in
Indië lieten de import van duiten geheel aan hem over. Hij kon via onderhandelingen met de verschillende
muntmeesters lucratieve contracten krijgen omdat er weinig werk was voor de munthuizen. Zo kon hij een
voordelig contract afsluiten met Nicolaas Wonneman van de Overijsselse munt. Hier waren voor die tijd
nooit VOC duiten geslagen en de munt had reeds lange tijd stil gestaan. De aanduiding 5 - 1/16
betekent:
5 duiten is 1/16 gulden.
DUIT VOOR SURINAME
Onder gouverneur Wigbold Crommelin (1756-1768), werd een verzoek ingediend om geld te
mogen slaan voor de kolonie Suriname. Pas op 17 november 1763 werd toestemming gegeven
om stuivers en duiten aan te laten munten door de provinciale muntmeesters. Alleen in de munt
van West-Friesland is vervolgens een kleine oplage duiten geslagen.
SUR.1: duit.(Scholten 1437)
VOORZIJDE: De tekst SOCIETEIT VAN SURINAME
KEERZIJDE: Een cacao plant met het jaartal 1764.

| Pieter Buijskes | |
| 1764 S | a: Scholten 1437 |
Info:
Duit geslagen in de munt te Enkhuizen onder muntmeester Pieter Buijskes. Volgens Scholten zijn er meer
dan 106.600 stuks geslagen.